Dwars door Tadzjikistan: De Pamir Highway

Zijn ze hier met de weg bezig? Lynn bestudeert de kaart op haar telefoon. Nee, dit moet de grensovergang zijn. Een eenvoudig hek staat over de weg en er staat een groepje mannen voor. Als we afstappen wijzen ze ons naar een klein wit gebouwtje. Binnen zit een vriendelijke man. Hij vraagt, Ootkuda? (Waar komen jullie vandaan?) Holland, antwoord ik. Waarop de man alle spelers van het Nederlands elftal uit het jaar ’88 oprateld. Ik lach en steek mijn duim op. De man drukt snel een stempel in ons paspoort. Zó, dit was Oezbekistan. Een kilometer verder, aan de Tadzjiekse zijde, staan we bij twee militairen die onze tassen moeten controleren. Ze zijn nieuwsgierig en als ik ze vertel wat we aan het doen zijn en hoeveel kilometer we al gefietst hebben, kijken ze mij met veel ongeloof aan. Zonder in onze tassen te hebben gekeken sturen ze ons door naar de paspoortcontrole. Er staat een man of tien te wachten. Als we aansluiten is één van de mannen van de tassencontrole met ons meegelopen, en zegt tegen de anderen in de rij dat wij voor moeten. Een beetje ongemakkelijk bedanken we iedereen en leggen snel ons paspoort met visum op de balie. De man drukt er een aantal stempels op: Welkom in Tadzjikistan.

Het is intussen schemerig geworden. Omdat kamperen dichtbij de grens meestal niet zo’n goed idee is fietsen we nog een paar kilometer door, tot het donker is. Net uit het zicht van de weg achter wat mais zetten we onze tent op. Die nacht voelt Lynn zich niet goed. Gelukkig is twaalf kilometer verderop een stad waar we kunnen overnachten. Lynn slaapt de hele dag terwijl ik wat rondhang in de binnenplaats, samen met Wilson. Wilson is op zijn Oezbeekse visum aan het wachten. Hij is 18 jaar oud en van de Verenigde Staten naar Kirgizië gevlogen en heeft daar een grote off-road motor gekocht die hij met zijn tengere lichaam niet eens zelf kan optillen, mocht hij omvallen. De motor staat niet op zijn naam en hij heeft helemaal geen rijbewijs of ervaring met het besturen van een motor. En dat op de Pamir Highway, een zware tocht over slechte wegen op grote hoogte. Ik heb bewondering voor zijn moed 😉 Na bijna 24 uur slaap voelt Lynn zich een stuk beter en zijn we klaar om te vertrekken.

De weg leidt ons langzaam omhoog, langs veel kleine dorpjes. Als de kinderen ons op een afstandje zien aankomen rennen ze snel naar de weg voor een high five. Of ze pakken snel hun kleine fietsje en fietsen een stukje met ons mee. Ook de volwassenen zijn enthousiast als we langs komen en zwaaien en toeteren. Ook roepen ze allemaal Ootkuda! Als we antwoorden heeft de helft geen idee waar we het over hebben, volgens mij. Na een bergpas en een afdeling van 70 kilometer komen we aan in Doesjanbe, de hoofdstad van Tadzjikistan. Hier gaan we ons voorbereiden op het echte werk: de Pamir Highway.

Meerennende kinderen, tussen Darband en Tavildara

Vlak na de Anzobtunnel, op weg naar Doesjanbe

Doesjanbe is een moderne stad met strak geasfalteerde vierbaanswegen, glimmende gebouwen en beelden van de grote leider. De parken staan vol met fonteinen die avonds worden gekleurd met verschillende lichteffecten. Alles wordt keurig onderhouden door de vele vrouwen die op straat in gele hesjes druk aan het werk zijn. Een groter contrast met de rest van het land is niet denkbaar. Het is belachelijk om te zien hoe hier geïnvesteerd wordt, terwijl de rest van het land in verval en armoede leeft.

De binnenplaats van het hostel waar we verblijven staat vol met motoren en fietsen. ‘S avonds komen er ook nog twee auto’s bij. De meesten zijn zich aan het voorbereiden op de Pamir Highway, of wachten op nieuwe onderdelen om hun fiets of voertuig te repareren. We vragen de reizigers die vanaf de andere kant komen over hun ervaringen. ‘S avonds zitten we gezellig een biertje te drinken, iedereen verteld over hun (wereld)reiservaringen. Het lijkt alsof lange reizen maken de normaalste zaak van de wereld is.

De Pamir Highway, van Doesjanbe naar Osh

Na Doesjanbe wordt de weg langzamerhand slechter maar de uitzichten mooier. Als we ’s avonds in onze tent liggen krijgen we bezorgde berichtjes, en horen we over het ongeluk, wat later een aanslag blijkt te zijn. Vier fietsers zijn om het leven gekomen. We schrikken heel erg. Ook al kenden we de fietsers niet, we voelen ons heel verbonden met andere fietsers. Het community-gevoel onder de fietsers is groot, met veel fietsers hebben we contact via een Whatsapp-groep. Samen besluiten we uit solidariteit een lap stof aan de fiets te knopen. We twijfelen zelfs of we nog wel door moeten gaan. Is het wel veilig? Kunnen we nog wel genieten van het fietsen? Uiteindelijk besluiten we door te gaan, want we willen ons niet laten leiden door angst. Ook geloven we dat het een incident is. Het kan en had ook ergens anders kunnen gebeuren. De dag erna fietsen we door een klein dorpje, waar we een lunchpauze houden. Twee kinderen staan nieuwsgierig te kijken en komen even later terug met een groot brood en gefrituurde deegballetjes. We worden direct weer herinnerd aan het feit dat 99,9% van de mensen op de wereld het goed met elkaar voor hebben.

Het memorial dat geplaatst is op de plek van de aanslag

In de afdaling gaat mijn achterband lek. Ik zet mijn fiets op de kop en haal het achterwiel eruit. Het blijkt dat mijn binnenband rondom het ventiel is doorgescheurd. Hé, dat is me in Oezbekistan ook al overkomen. Ik dacht dat het toen de door de hitte kwam, maar dat is nu niet het geval.. Misschien is het domme pech? Helaas gebeurd het nog een keer in dezelfde afdaling. Binnen no-time ben ik door al mijn bandjes heen. Op de kaart zie ik een kruising met een andere weg, we lopen ernaar toe en besluiten te wachten op een lift. Ruim een uur later komt de eerste auto langs. We knopen de fiets op het dak en Lynn gaat met de man mee. Ik fiets op Lynn haar fiets de laatste tien kilometer. Als ik aankom zit Lynn al op de stoep van de supermarkt. Die ziet het allemaal niet meer zitten, maar ik probeer haar nog wat moed in te praten. Zo zitten we samen op het stoepje alle opties te bespreken. Terug naar Doesjanbe om nieuwe binnenbanden te kopen, of zou in de volgende stad een binnenband te koop zijn? Belangrijker nog, hoe lossen we het probleem van de afscheurende ventielen op? Er komt een groepje van vier Franse fietsers aan. Ze vragen wat er aan de hand is en ik leg het probleem uit. Eén blijkt fietsenmaker te zijn. En om het nog mooier te maken, ze hebben een bandje voor ons! We bekijken de velg en ook hun zien geen probleem. Waarschijnlijk komt het door de buitenband, die over de velg schuift. We pompen de band zo hard mogelijk op en zo houdt de band het nog 250 kilometer vol over slechte wegen. Gelukkig vinden we nieuwe binnenbanden in de volgende stad, Khorog. We speuren heel internet af naar oplossingen. We hebben zelfs contact met de fietsenmaker in Nederland. Uit wanhoop hebben we de binnenbanden ingesmeerd met talkpoeder en de buitenband aan de velg geplakt. En het werkt!

Op weg van Khalai Khumb naar Khorog fietsen we door een enorme kloof met gigantische rotswanden, over een slechte en smalle weg. Af en toe worden we ingehaald door een vrachtwagen of een jeep met wat toeristen. Ik heb ontzettend veel bewondering voor de vrachtwagenchauffeurs die dag in dag uit over zulke slechte wegen rijden. Aan de andere kant van de rivier zien we Afghanistan. We kunnen naar de overkant zwaaien, naar de mensen die in de kleine dorpjes wonen. Heel bijzonders, en wel een beetje zoals wij Afghanistan hadden verwacht. Vierkanten huizen van klei, af en toe een man met een ezel of een man op een brommertje met zijn vrouw achterop, gehuld in een boerka.

De Panj rivier, de grens tussen Tadzjikistan en Afghanistan

Kijkend naar Afghanistan

Vanaf Khorog fietsen we langzaam omhoog naar 4.000 meter, het plateau waar het echte Pamir gebergte begint. Het is een prachtig maanlandschap, elke berg heeft weer een andere kleur. Elke vijf minuten zouden we kunnen stoppen om een foto te maken. Het eerste dorpje waar we langs komen vinden we heel bijzonder. Hier is niks, er groeit niks, een groot gedeelte van het jaar ligt hier sneeuw en is het ijzig koud. Wat doen die mensen hier het hele jaar? We vragen naar een Magasin (een winkeltje). Een vrouw loopt enthousiast voor ons uit en maakt een deurtje open waar een slot op zit, daarachter is haar winkel. Dan is het tijd om te zoeken, zoeken of we iets bruikbaars kunnen vinden. Wat altijd goed is om mee te nemen zijn de snickers en cola. Het eten is voor ons in Tadzjikistan de grootste uitdaging, want als je eet bij de lokale bevolking of een restaurant, dan weet je een ding zeker, dan wordt je een keer ziek. Alle reizigers die we hebben gesproken zijn ziek geweest in Tadzjikistan. We besluiten daarom alles zelf te koken. Als we een dorpje tegenkomen nemen we voor 4 á 5 dagen eten mee. Havermout met noten in de ochtend, pasta met veel ui en knoflook als diner, en de rest van de dag koekjes, snickers, wat we maar kunnen vinden. Heel af en toe vinden we een stuk droog brood…

Het dorpje Alichur

De laatste dagen op de Pamir Highway zijn wat ons betreft de allermooiste. Na de hoogste pas van ons leven, 4.655 meter, het Karakul meer en de grens van Kirgizië was het grotendeels afdalen naar Osh. In Kirgizië zagen we na lange tijd groen gras, heel veel vee en yurts. De foto’s zeggen genoeg!

Onze hoogste bergpas tot nu toe

Een zware afdaling over ”washboard”

De weg langs het Karakul meer

De afdaling naar Kirgizië

Vee en yurts

Nomaden in Kirgizië

Onderweg zijn we Tristan en zijn vriendin tegengekomen. Hij heeft een heel mooi filmpje gemaakt over de Pamir en de reden waarom zoveel mensen hier fietsen. Meerdere fietsers in dit filmpje zijn we onderweg tegengekomen 😉 De moeite waard om te even te bekijken, om een beeld te krijgen bij onze fietstocht door dit prachtige land!

11 Comments on “Dwars door Tadzjikistan: De Pamir Highway”

  1. Wat een belevenissen en af zien. Ik vind erg mooi om jullie te volgen. Hartelijke groet Marco, Jolanda, Jort en Niek

  2. Wat weer een belevenissen. Leuk om jullie op deze manier te volgen .Wij wensen jullie nog vele veilige kilometers en zien uit naar jullie volgende verhalenverhalen .Groetjes, Johan en Jannie

  3. Wauw, jullie blog weer met veel belangstelling gelezen! Wat een durf hebben jullie toch. Het klinkt heldhaftig hoor dat Lynn met iemand meerijd en Robert alleen fietst. Succes en hoop snel weer wat van jullie te lezen.

  4. Wauw wat weer een prachtig verhaal, al een tijdje niets van jullie gelezen. Maar via Bert en Netta blijven we op de hoogte. Fijn dat het goed met jullie gaat, ook al zijn er mindere dagen. Heel veel plezier en veilige kilometers voor de komende periode, wij wachten weer jullie nieuwe blog af. Een hartelijke groet van ons allen.

    1. Dankjewel! Het is soms lastig om tijd te vinden om te schrijven, maar we doen ons best 😉 Leuk dat jullie meelezen. Groetjes van ons uit China.

Leave a Reply