Dagenlang Woestijn

Om 11 uur legt de boot aan in de haven van Alat, Kazachstan. Na een uurtje grenscontrole en wat papiertjes invullen fietsen we samen met wat andere fietsers de haven uit. Op zoek naar een kampeerplek. Niet ver zien we een restaurant met een parkeerplaats. Daar mogen we de tenten wel neerzetten. De anderen hebben wat langer werk en komen er ook bij. We zetten snel onze tent op en gaan het restaurant in voor een Kazachstaans biertje. Het wordt gezellig en dat te bedenken dat we er morgenvroeg weer uit moeten en de woestijn in gaan fietsen.

De volgende morgen haasten we ons naar de stad, een kleine vijf kilometer verderop. Snel even geld pinnen en inkopen doen voor de komende dagen. Zonder echt goed te weten wat we kunnen verwachten fietsen we de stad uit. Het eerste stuk gaat goed en we zeggen nog tegen elkaar, dit valt eigenlijk best wel mee! We hebben er geen rekening mee gehouden dat we nog een schaduw plek moeten vinden voor de middagpauze, want het wordt ineens wel heel erg warm. Ik voel de onderkant van mijn slippers en ik heb het gevoel dat ze beginnen te smelten. Lynn kan niet meer in mijn wiel blijven en we gaan steeds langzamer. Ik begin mij zorgen te maken. In de verte zie ik een groepje kamelen dat schuilt achter een elektriciteitspaal. Dat biedt niet echt hoop voor een goede schuilplaats. Lynn ziet op de kaart een brug staan. Ik betwijfel het en kilometers voor mij uit zie ik niets dat lijkt op een brug. Plots zien we een tunnel onder de weg en dat is onze redding. We liggen in de tunnel en het is de hel op aarde. De wind waait er hard doorheen en we worden gezandstraald. Mijn thermometer geeft binnen in de tunnel 40 graden aan, het voelt als een oven. We moeten hier minstens vijf uur blijven. Tegen 6 uur is het nog 38 graden in de tunnel en we besluiten maar te gaan. Op naar het volgende dorp. Eenmaal op de fiets is het een stuk beter te doen, omdat de zon lang niet zo vel is als in de middag. Met zonsondergang komen we aan in het dorpje en mogen we onze tent opzetten achter een supermarktje. Ook ’s nachts is het warm. Badend in het zweet worden we wakker. Als de temperatuur eindelijk comfortabel begint te worden gaat onze wekker. Het is 4 uur ’s ochtends en het plan is om 80 kilometer te fietsen, voordat het te warm wordt. In de ochtend is het goed te doen, maar door de korte nacht is het moeilijk om onze ogen open te houden. Zelfs tijdens het fietsen. Eindelijk komen we na 80 kilometer in het volgende dorp aan. We kunnen geen plekje vinden om in de schaduw de middag af te wachten. We fietsen alle straten door en als we bijna de moet opgeven zien we een oase met bomen en zelfs een klein beetje gras. Er staat alleen een hek omheen, en een gebouw erbij. We doen het hek open en drukken onze fietsen naar binnen. We gaan even voorzichtig op een bankje zitten en al snel komen er wat oude mannetjes naar buiten. Ze nodigen ons uit voor thee! Het blijkt een soort van dagopvang voor bejaarden te zijn. We mogen onze matjes uitrollen in de tuin. Helaas is het ook hier snikheet en worden we belaagd door vliegen. Toen vroegen we ons af, waarom doen we dit eigenlijk? Laten we een trein nemen..

 

De trein komt aan op het enige perron. Omdat we met heel ons hebben en houden in de trein moeten, voordat hij weer vertrekt, zijn we gestrest. We gaan elke conducteur af die voor de wagons staan. Er is niemand die ons wil helpen. Als we bij de laatste wagon aankomen zegt de conducteur dat de fietsen er niet inkomen. Wat nu?! We besluiten zelf maar vast te beginnen.. Eerst alle 12 tassen en daarna de fietsen. Het past ook echt niet. De tassen blokkeren het smalle wandelpad van de overvolle trein en door de fietsen in het gangetje kon niemand er meer in of uit. Ik probeer de fietsen op het achterwiel te zetten. De conducteur is ontzettend kwaad en roept van alles. Even later gebaard hij dat de fietsen hier eruit moeten en aan een andere kant er weer in. Ik ga met hem mee met één van de fietsen. Hij maakt een speciaal deurtje open, waar gewoon alle ruimte is voor de fietsen. De conducteur is nog steeds kwaad en als hij de fietsen aanpakt, gooit hij ze met een enorme vaart in de hoek. Ik zeg er maar niets van en ben al lang blij dat we mee kunnen. De trein bestaat uit stapelbedjes waar je niet echt comfortabel op kan zitten of liggen. De hele trein is vol, behalve de plekken waar wij worden heen gestuurd. Als we gaan zitten begrijpen we waarom… het stinkt hier alsof er een dood dier onder het bed ligt. Ook kunnen we de ramen niet open krijgen. Als ik even ga liggen zweet ik zo erg dat ik weer even rechtop moet zitten om af te koelen. Dit wissel ik dan de hele nacht af. Als we ’s morgens aan komen gaan we naar een hotel met airco. Die zetten we op 16 graden en twee dagen komen we onze kamer niet meer uit, behalve om te eten 😉 .

Vanaf Beyneu, het laatste dorpje voor de grens, nemen we een trein naar Nukus in Oezbekistan. Een stuk van meer dan 600 kilometer. Deze keer wel een coupé waar het raampje open kan, maar nog steeds 16 uur afzien in de hitte. Daarom besluiten we daarna geen treinen meer te nemen en de laatste kilometers door de woestijn te fietsen. In de woestijn zijn de çayhana’s, theehuizen, langs de kant van de weg ideaal voor ons. Er is water, vaak een klein winkeltje en er zijn plateau’s met kussens waar je even op mag slapen. We fietsen rond 5 uur ’s ochtends weg tot een uurtje of 11, daarna maken we uitgebreid eten klaar in de çayhana, bestellen daar wat drankjes en proberen wat te slapen. Elk uur maken we ons shirt nat en leggen we deze over ons heen om af te koelen. Tegen 6 uur stappen we weer op de fiets en fietsen we door tot zonsondergang. Dan zetten we onze tent op een in een gat, of achter een zandduin, zodat we uit het zicht zijn. We houden dit ongeveer 1.000 kilometer vol, met drie stops in de steden Khiva, Bukhara en Samarkand. De dag voordat we aankomen kamperen we nog een nachtje, vlakbij de stad. Op deze manier kunnen we volop van onze kamer gaan genieten (in Oezbekistan kennen ze geen inchecktijden) 😉 . Alle steden hebben een mooie oude stad, die ons een beetje deed denken aan de steden in Iran. Maar dan wat meer op toeristen gericht.. Toch zeker de moeite waard om te bezoeken en vooral de het mooie plein van Samarkand was een hoogtepunt!

 

Er was niet alleen maar woestijn, er waren ook wat vruchtbare stukken land langs de rivier, die uit het Pamir gebergte komt. Op die plekken zijn ontzettend veel dorpjes, landbouw en vee. Interessant hoe ze hier een heel land omploegen met de hand, of het grasmaaien met een zeis. Ook de rolverdeling binnen het gezin is goed te zien. Zo passen de kinderen vaak op het vee, doen de vrouwen het zware werk op het land en de mannen de leukere klusjes. De Oezbeken zijn erg conservatief, zoals in de meeste landen in dit deel van de wereld. Want één ding is heel belangrijk, en dat is trouwen en kinderen krijgen. Dat is goed te zien in de dorpjes, waar ontzettend veel kinderen zijn en alle vrouwen standaard met een een baby op de arm lopen. Als we zeggen dat wij geen kind hebben, want dit is vaak de eerste of tweede vraag die ze ons stellen, en daarna horen hoe oud ik ben, schudden ze hun hoofd…

 

5 Comments on “Dagenlang Woestijn”

  1. Heb het verhaal voor gelezen aan Opa. Zijn reactie was als je veel reist heb je veel te verhalen. Ik beleef hier niet zoveel maar heb hier goed onderdak. De hartelijke groeten van Opa en van ons

  2. Hoi Lynn en Robert, ook wel is afzien zo te lezen, maar alles voor het avontuur en die beleven jullie. Wij smullen van jullie verhalen, mooi om te lezen. Succes met het vervolg van de reis, het ga jullie goed!! Fam. Jansen Floralaan 100

Leave a Reply